Karin Strobos in ‘Goethes Vrouwen’

Regie: Klaus Bertisch, piano: Ernst Munneke

Een kleine scenische voorstelling met liederen op teksten van Johann Wolfgang von Goethe over zijn literaire figuren Gretchen (Faust), Clärchen (Egmont), Philine en Mignon (Wilhelm Meister). Muziek van Beethoven, Brahms, Ives, Liszt, Medtner, Schoeck, Schubert, Schumann, Strauss, Tsjaikovski, Wagner, Wolf en teksten van de dichter zelf.

Op zoek naar zichzelf stapt een zangeres voortdurend in een nieuwe rol. Kostuums en rekwisieten helpen haar telkens weer een ander te worden, soms zelfs een man te zijn. Maar de waarheid vindt zij alleen als ze haar echte ego in de ogen kijkt.

Recensie:

Joost Galema schreef in het NRC Handelsblad:

‘Zo stelde dramaturg Klaus Bertisch een prachtige voorstelling samen rond Goethes vrouwen – die uit zijn literatuur welteverstaan – voor mezzo Karin Strobos en pianist Ernst Munneke. Een bos rozen en een verhuisdoos met wat kledingstukken en rekwisieten volstaan voor het verhaal van een vrouw die zichzelf zoekt.

Strobos zuigt het publiek elke paar minuten mee in een gedaanteverwisseling, of het nu de vrome en verlaten Gretchen is uit Faust, de dappere maar ook angstige Klärchen uit Egmont, of de wrede en gewetenloze titelheld uit het gedicht De rattenvanger – feitelijk een man, maar who cares.

Bertisch’ aanpak verrijkt het traditioneel statische liedrecital, waarin gevoelens vrijwel uitsluitend met de stem worden opgeroepen. Strobos daarentegen krijgt de kans om de personages uit de liederen daadwerkelijk uit te beelden, met het ‘Wanderers Nachtlied’ (Über allen Gipfeln) – getoonzet door Liszt, Medtner, Ives en Schumann – viermaal als een meditatief refrein: een vergezicht waar de mens rust kan vinden in en bij zichzelf. In de paar korte discussies tussen Strobos en Munneke schemert Goethes filosofie door dat het theater – en kunst in het algemeen – ons helpt onze ziel te ontdekken.’

Karin Strobos (mezzosopraan) kreeg in 2011 de kans in te vallen in de rol van Octavian in de Rosenkavalier van R. Strauss bij De Nationale Opera onder de baton van Sir Simon Rattle. Haar succesvolle optreden oogstte lovende kritieken en creëerde de start van een wervelende internationale carrière. Andere rollen die ze bij DNO vertolkte waren in o.m. La Traviata en Armide.

Tot 2019 werkte Karin bij het Aalto-Musiktheater in Essen, in rollen als Cherubino, Zerlina, Idamante en Dorabella. Ze zong bij Opera Zuid, Nederlandse Reisopera en treedt veelvuldig op als soliste bij zowel Nederlandse als ook Belgische orkesten.

Kamermuziek maakt Karin veel en graag, in diverse combinaties, o.m. met Daria van den Bercken en Felicia van den End en met het Cello8ctet Amsterdam. Ook bracht ze een muziektheaterprogramma met pianist Thomas Beijer en acteur Sieger Sloot ‘Die Schöne Magalone’ van Johannes Brahms. Bij diverse concoursen behaalde Karin prijzen waaronder het Internationale Zangconcours in Mâcon (Frankrijk); bij de concertserie `Het Debuut` van het Koninklijk Concertgebouw ontving zij samen met Daria van den Berken en Felicia van den End de publieksprijs.

Ernst Munneke heeft zich gespecialiseerd op het maken van kamermuziek, opera en liedbegeleiding. Als pianist en zangcoach zit Munneke in de muziekstaf van de Nationale Opera in Amsterdam en werkte daarnaast voor Opera Studio Nederland, De Nederlandse Reisopera, Opera Zuid en Opera Neo in San Diego. Hij werkte samen met vele zangers en instrumentalisten en trad op in Europa, de VS, Mexico en de Nederlandse Antillen.

Hij begeleidde mezzosopraan Tania Kross in de serie ‘Rising Stars’, met optredens in o.m. Amsterdam (Concertgebouw), Wenen (Musikverein), Parijs (Cité de la Musique) en New York (Carnegie Hall). Munneke studeerde bij Alan Weiss, Jan Wijn en Håkon Austbø aan de conservatoria van Utrecht (BM) en Amsterdam (MM) en liedbegeleiding bij Rudolf Jansen.